DE  APPELVINK                              door Harry Heijnen

 

Hebt u wel eens een punt kersenvlaai gegeten, waarin nog een pit bleek te zitten? Menigeen heeft hierop al kiezen, kronen en bruggen stukgebeten. Zo niet de appelvink.                      Deze vinkensoort heeft zo'n krachtige snavel dat een kersenpit schijnbaar moeiteloos gekraakt wordt. Uit onderzoek is gebleken dat de appelvink zijn kaken met een drukkracht van maar liefst 50 kilogram kan uitoefenen. Helaas gaat het grootste deel van het leven van appelvinken schuil achter vele boomtakken. De soort zit het liefst hoog in forse bomen en is bovendien bijzonder schuw en waakzaam. Op de zeldzame haakbek na is het de grootste en zwaarste vinkensoort van Europa.

De groep liefhebbers van cultuurvogels, die deze soort onder zich hebben en er eventueel mee trachten te kweken, is niet zo groot te noemen. Sommigen vinden het zelfs geen mooie vogel om te houden en/of om hem tentoon te stellen, maar niets is minder waar. Het zijn mooie maar inderdaad van huis uit nogal schuwe vogels. Je moet die mannen maar eens zien baltsen en zingen in het voorjaar, prachtig om te zien! En zo komt dan de interesse om er mee te gaan kweken.

Ik heb inmiddels al heel wat appelvinken gekweekt. Wel heb ik alle aandacht geschonken aan bijvoorbeeld nestgelegenheid en een goede voedersamenstelling. Zelfs op zolder had ik een hok van 1.00 m. breed, 0.50 m. diep en 0.50 m. hoog. Vaak liet ik ook de man erbij zitten. Voor mij was het gewoonweg een te gekke vogelsoort.

Ik kan stellen dat ik na pakweg drie seizoenen meerdere aantallen op stok  heb gekregen, de fouten zowat eruit heb gekweekt en de vogels goed tam heb. In de winter heb ik zelfs tot vroeg in het voorjaar meerdere mannen en poppen in een en dezelfde ruimte samen gehuisvest. Koppels waarmee voorheen al gekweekt werd, laat ik grotendeels gedurende het hele seizoen bij elkaar zitten. Hiermee bespaar je jezelf veel ellende en tegenslag, maar als je eenmaal een stel gekoppeld hebt dan loopt het meestal wel voorspoedig.                                                                                                                                 

Men kan ervoor kiezen om de pop haar jongen alleen te laten grootbrengen, maar ik plaats tijdens het broeden wel vaker de man apart en plaats hem zelfs pas terug als de jongen een paar dagen oud zijn en dan voert hij de pop en de jongen mee. De vierde dag moet men de vogels ringen en ik doe dit met BEC-ringen van 3.4 mm. Wettelijk mag men maximaal tot 3.5 mm gaan.

Ik maak zelf mijn ei- en opfokvoer en geef hierbij pinkies, vervelde meelwormen en eigeel met druivensuiker. Ik meng en roer dit goed en verwarm het in de magnetron. Vervolgens maak ik het fijn en sla het voor maximaal vijf dagen op in de koelkast. Ik weet dat er liefhebbers zijn die dit anders doen, maar ik krijg hiermee mijn jongen steeds groot. Ook gebruik ik kiemzaad, zowel in gekiemde als gekookte toestand, en ook maak ik gebruik van vitaminepoeder bij het opfokvoer. Vanaf het voorjaar – bij het broeds worden – meng ik wat fijne stuifmeelkorrels door het eivoer. Tevens geef ik het hele jaar door 2x / week tien druppels propolis per liter water. Als groenvoer geef ik veel appel en komkommer en soms wat wortel.

Kuren doe ik weinig: 1x / 2 mnd. Baycox geef ik twee dagen: voor de kweek en voor de rui.

Ik probeer steeds het beste voer voor de vogels, maar wel probeer ik alles naar mijn hand te zetten, zodat ik niet afhankelijk ben van de natuur of van een product dat plotseling niet meer te krijgen is. 

Hopelijk heb ik hiermee enkele tips kunnen geven en wellicht gaan er in de toekomst meerdere liefhebbers over tot het houden van deze soort!

Ik wens u een voorspoedige kweek in 2007!                 

 

Status:

Broedvogel

Trek/stand/winter:

Standvogel, doortrekker en wintergast

Trend en aantal:

De appelvink is een schuwe vogelsoort, die in tegenstelling tot veel andere zangvogels geen strikte territoriumgrenzen heeft. Bovendien zoeken appelvinken hun voedsel vaak op forse afstand van de broedplaats. Door het ouder en heterogener worden van bossen is de beschikbaarheid van geschikte broedgebieden bijzonder sterk toegenomen over de laatste decennia. Daarvan profiteerde de appelvink en vrijwel alle bosgebieden in de oostelijke helft van Nederland werden gekoloniseerd. Nu lijkt er echter een einde gekomen aan de toename. Het totale aantal is zelfs iets teruggelopen. In Nederland broeden nu zo'n 8.000 tot 10.000 paren.

Foerageer- en broedbiotoop:

Hoog opgaande bossen met oude beuken en eiken; gemengde bossen of uitsluitend loofbos. Ook in oude parken kunnen appelvinken worden aangetroffen.