DE  EUMO  KLEURMUTATIE  BIJ  DE  FRATER  EN  DE  HUISMUS

a. De Frater

Inleiding

In 2003 werd er in Stokkem in Belgisch Limburg bij kweker Jacky Brouwers  een kleurmutatie (pop) geboren bij de frater. Voor zover bekend was dit de eerste kleurmutatie bij de frater en dat is uniek en een aanwinst. Zo is het begin gemaakt om deze vogelsoort in de toekomst breder op de kaart te zetten.

Kweker Lambert Hermans uit Stokkem is vervolgens met deze kleurmutatie pop verder gaan kweken. Uit de verdere kweekresultaten blijkt dat het gaat om een autosomale recessieve vererving. De afgelopen jaren zijn er zowel mannen, poppen en splitvogels gekweekt. Een van deze kleurmutaties is voorgedragen aan de vergadering van ISEC, waarna besloten is om verder onderzoek te doen. 

Kenmerkende uiterlijke verschillen ten opzichte van de wildkleur

Eerst is er volgens het systeem van Mutavi een vragenlijst ingevuld met een analyse van alle kenmerken en bijzonderheden bij het tot stand komen en de kweek van deze kleurmutatie.

Er is sprake van een reductie van het pigment en je ziet een vogel met een duidelijk lichtere kleur. De bevedering is fijner, zachter en  kwetsbaarder.

De jonge kleurmutant vogel wordt geboren met pruimrode ogen, deze ogen verkleuren later en worden dan donker. De bekjes van de kleurmutanten zijn feller geel.

Het zwart is bij de kleurmutant mannen zwak aanwezig en bij de poppen nagenoeg verdwenen. De donskleur is vrij donker en de poten zijn vleeskleurig/bruin. Bij de mannen is de stuit opgebleekt en deze heeft een  lichtroze kleur.

Van de kleurmutanten zijn bij kweker Lambert Hermans door vogelfotograaf Piet Onderdelinden foto’s gemaakt, dit ter ondersteuning van het onderzoek. 

Het vederstructuuronderzoek en de resultaten

De van deze kleurmutatie gemaakte foto’s met de benodigde veertjes en kenmerkende uiterlijke verschillen ten opzichte van de wildkleur, zijn doorgestuurd naar onderzoeksbureau Mutavi, dat op basis van een uitgevoerd vederstructuuronderzoek met de resultaten is gekomen en een voorstel heeft gedaan m.b.t. de naamgeving van deze nieuwe kleurmutant. 

Onderzoeksresultaten

Op de foto’s is duidelijk te zien dat het om een pigment-verdunnende mutatie gaat. Vederonderzoek toont aan dat er inderdaad een kwantitatieve vermindering van eumelanine te zien is. Eventuele aanwezigheid van phaeomelanine kon in de mutante veren niet worden aangetoond. Bij de wildkleur is geheel volgens verwachting een fikse hoeveelheid eumelanine te zien in de cortexen en de baarden en haakjes van de staart- en slagpennen en ook in de vleugeldekveren.

Het beeld van pigmentverdunning wordt bevestigd in de coupes van de mutante veren,  waarbij de vergelijking van de slag- en staartpennen het beste beeld geeft. Er is een aanzienlijke reductie van eumelanine in de cortexen te zien, waarbij de indruk bestaat dat de eumelanine niet zwart maar bruiner van kleur en fijner van structuur is.  

Conclusie en aanbeveling Mutavi

Gezien de bevindingen van het microscopisch onderzoek, de antwoorden op de vragenlijst en de gemaakte foto’s, wijst het erop dat de frater mutant een eumo is. Kweker  Lambert Hermans zal op verzoek nog een test doen om een eumo frater te koppelen aan een eumo kanarie.

 

b. De Huismus

Inleiding

In Nederlands Limburg worden er bij kweker Frans Swaen kleurmutaties gekweekt bij de huismussen die door een aantal liefhebbers Eumo genoemd worden. Inmiddels heeft Frans zo’n 20 mannen en poppen gekweekt. Er zijn echter kwekers die twijfelen aan de juistheid van deze benaming.

Uit de  kweekresultaten bij Frans Swaen blijkt dat het gaat om een autosomale recessieve vererving. De afgelopen jaren zijn er zowel mannen, poppen als splitvogels gekweekt. Enkele van deze kleurmutaties zijn voorgedragen aan de vergadering van ISEC, waarna besloten is om verder onderzoek te doen naar de juistheid van de benaming. 

Kenmerkende uiterlijke verschillen ten opzichte van de wildkleur

Eerst is er volgens het systeem van Mutavi een vragenlijst ingevuld met een analyse van alle kenmerken en bijzonderheden bij het tot stand komen en de kweek van deze kleurmutatie van de huismus. Deze gegevens zijn door Frans Swaen aangeleverd.

Er is sprake van een reductie van het pigment en je ziet een vogel met een duidelijk lichtere kleur. De bevedering is fijner, dunner en zwakker.

De jonge kleurmutant vogel wordt geboren met bruinkleurige ogen, deze ogen verkleuren later en worden zwart. De kleurmutanten hebben vleeskleurige poten. Als de vogels broeds zijn, wordt bij de man de snavel zwart, bij de pop blijft deze vleeskleurig. De kleur van de donsbevedering is beige/grijs.

Bij de man is de kop lichtgrijs en het rugdek zeer ver teruggedrongen bruin/grijs. De pennen zijn grijsachtig en de teugels bruin. Bij de pop is het rugdek grijs/zwart, ook de pennen zijn grijs/zwart en de kop is donkergrijs.

Berend Bosch voegt hier nog de volgende informatie aan toe: Wat opvalt is de buitenvlag die bij de eumo nagenoeg wit is. Vervolgens is het pigment uit het veerhart weggedrongen bij de eumo. De schacht is "nagenoeg wit" en wordt pas richting uiteinde baard heel licht beigeachtig. Tenslotte viel op dat bij enkele eumo's een vervaagde vorm van groeistreepjes zichtbaar was, zoals we die kennen van opaal mutaties.
Bij 100% phaeomelanine-reductie en zo'n 95% eumelanine-reductie lijkt het dat de vrij grote hoeveelheid bruin eumelanine die de mus eigen is, ook niet volledig wordt gereduceerd.
Van de kleurmutanten zijn bij kweker Frans Swaen door vogelfotograaf Piet Onderdelinden en Berend Bosch foto’s gemaakt, dit ter ondersteuning van het onderzoek.
 

Het vederstructuuronderzoek en de resultaten

De van deze kleurmutatie gemaakte foto’s met de benodigde veertjes en kenmerkende uiterlijke verschillen ten opzichte van de wildkleur, zijn doorgestuurd naar het onderzoeksbureau Mutavi dat op basis van een uitgevoerd vederstructuuronderzoek is gekomen met de resultaten alsmede met een voorstel tot  naamgeving van deze nieuwe kleurmutant. 

Onderzoeksresultaten

Op de foto’s is duidelijk te zien dat het om een pigment-verdunnende mutatie gaat. Vederonderzoek toont aan dat er inderdaad een kwantitatieve vermindering van eumelanine te zien is. Eventuele aanwezigheid van phaeomelanine kon in de mutante veren niet worden aangetoond. Bij de wildkleur is geheel volgens verwachting een fikse hoeveelheid eumelanine te zien in de cortexen en de baarden en haakjes van de staart- en slagpennen alsmede in de vleugeldekveren.

Het beeld van pigmentverdunning wordt bevestigd in de coupes van de mutante veren,  waarbij de vergelijking van de slag- en staartpennen het beste beeld geeft. Er is een aanzienlijke reductie van eumelanine in de cortexen te zien, waarbij de indruk bestaat dat de eumelanine niet zwart maar bruiner van kleur en fijner van structuur is.

Het algemene beeld van deze kleurmutatie geeft een kwantitatieve vermindering van het eumelanine en de vogel wordt lichter van kleur. 

Conclusie en aanbeveling Mutavi

Gezien de bevindingen van het microscopisch onderzoek, de antwoorden op de vragenlijst en de gemaakte foto’s, wijst alles erop dat deze huismus kleurmutant een Eumo is.  

Namens ISEC: Frans Pijnen, Ossendrecht.

Met dank aan Inte Onsman, Piet de Dreu en Berend Bosch.