




DE
GROVE
DEN
(Pinus sylvestris)
Uit:
“Onkruiden” door Alois van Mingeroet
Vindplaats
De grove den is zowat overal met succes aangeplant.
Hij komt ook verwilderd voor, met een duidelijke
voorkeur voor zandgrond, heide en duinen.
Uiterlijk
De stam is bruinrood met diepe groeven. De den kan
een hoogte van circa 35 mtr. bereiken. De naalden zitten
paarsgewijs in een hoesje.
Bloeitijd
In de winter zitten op de uiteinden van de zijtakken
nieuwe knoppen. De kegels die het dichtst bij de top
zitten, zijn het jaar daarvoor bevrucht, in de volgende
rij zitten de tweedejaars, de derde rij is die met rijpe
zaden.
Oogst
Men kan de dennenappels plukken met behulp van een
lange stok waaraan een haak is bevestigd. Maar het is
gemakkelijker om in de wintermaanden een pas afgezaagd
bos op te zoeken. Dan kan men hele vrachten dennenappels
plukken.
Welke vogels?
Kruisbekken, haakbekken, groenvinken, goudvinken,
parkieten en duiven.
Bijzonderheden
De laatste jaren zijn er in de zaadhandel
dennenzaden te koop. Deze zijn echter vrij duur.
Ook andere soorten kegels zijn zeer interessant, zoals de kustden (Pinus contorta). De dennenzaden die in de handel te koop worden aangeboden, zijn meestal van de allepo den (Pinus halepensis). Deze komt in onze streken echter niet voor, aangezien hij niet winterhard is.
Wat is het verschil tussen een spar en een den? De spar heeft één naald, de den heeft twee naalden.






