










Mijn
kweek met de grote karekiet en de wielewaal
Door Jan Walma
De grote karekiet is de grootste van alle rietzangers. Hij wordt vaak omschreven als zou het een lijster zijn. Hij is bijna net zo lang maar zeker niet zo breed. Met een lengte van 19 cm is hij een forse verschijning. De zang laat niets aan de verbeelding over; deze is ronduit luid te noemen. In de broedtijd zingt de man van s’morgens vroeg tot s’ avonds laat, vanaf een hoge zangplaats. In de natuur gaat het niet zo best met aantallen grote karekieten en in volières wordt er nog niet zo veel mee gekweekt. De laatste jaren komen ze in kleine aantallen in Nederland voor, maar de eerste vogels moesten, zoals zoveel soorten, uit Duitsland en andere ons omliggende landen komen. Het voedsel in de natuur bestaat uit insecten en larven, o.a. libellen en hun larven, maar ook salamanders en kleine visjes. Het verspreidingsgebied in de natuur omvat het gehele vaste land van Europa van de naaldhoutgrens in het noorden tot de woestijngrens in het zuiden. De grote karekiet broedt in de natuur vanaf eind mei / begin juni en hij doet slechts een ronde. Dat gaat in beschermd milieu anders: twee nesten of, zoals dit jaar, drie legsels en dus drie maal jongen. In de natuur wordt een grote diepe kom gebouwd die sterk in elkaar geweven is en dit is in de volière niet anders. Ik heb weleens een gevlochten rieten mandje geprobeerd. De pop begon te bouwen maar het vorderde niet erg. Ze ging 15 cm lager opnieuw en nu voortvarend aan de slag. In de natuur broeden de vogels bijna altijd in het riet en soms in een struik, die in het riet staat. Alleen heb ik in de volière geen riet maar wel bamboe en natuurlijk struiken. Er wordt in de natuur met veel verschillende materialen gewerkt zoals plantenstengels en bladeren, gras, rietpluimen, rietpluis, spinrag, vezels, worteltjes en de bekleding is van dons, haartjes en soms veren. Ook dit soort materiaal kunnen we in de volière geven, maar de vogels nemen ook genoegen met kokosvezel, sisal fibre en schapenwol. Let op bij wol: deze kan om de pootjes gaan zitten en ze insnoeren. In de natuur leggen de vogels meestal 4 – 6 eieren en maar zelden 3. Mijn grootste legsel is steeds 4 geweest of 3. Natuurlijk proberen wij de natuur na te bootsen maar veel dingen gaan in de volière toch anders.
Voeding
Zo is de voeding in de volière wezenlijk anders dan in de natuur. Bij mij moeten de grote karekieten het doen met een basis (bulk) van meelwormen. Deze worden aangevuld met moriowormen, wasmotten, pinky’s, buffalowormen en krekels. Deze voedseldieren worden uiteraard geprepareerd met de nodige zorg. Wat je aan je meelwormen voert, voer je, je vogels. Ik voer mijn meelwormen als ik ze binnenkrijg altijd met kuiken opfokkorrel als hoofdvoedsel. Dit is voor de groei van de meelwormen. Ik geef ze dan enkele dagen voor het voeren kuiken startkorrel. Dit is een kompleet voer voor de opfok van kuikens en dus ook prima voor mijn insectenetende vogels. Als groenvoer voer ik de meelwormen veel paardenbloem, en dan veel blad maar ook de penwortel wordt volledig opgegeten. In de winter wordt dit meestal vervangen door boerenkool of ook wel appel. De dag voor het voeren geef ik ze dan meelwormenvoer of Aves b met soms spirulina. Sinds kort geef ik de meelwormen enkele dagen voor het voeren het handopfokvoer van Avian: een volledig voedsel voor jonge vogels in hun beginperiode. Ik hoorde dat andere kwekers hier goede ervaringen mee hebben. Het is bij vogels als de grote karekiet van wezenlijk belang dat je de aangeboden voedseldieren goed voert. De vogels zijn ster afhankelijk van levend voedsel en hier hangen ook de kweekresultaten vanaf.
De kweek van
2010
Ik houd
al enkele jaren grote karekieten met wisselend
succes. Ik begon dit voorjaar met een koppel en wel met
een overjarige man en een eigenkweek pop die ik
noodgedwongen met de hand moest opfokken. Mijn
uitgangspunt was dus een ervaren man met een onervaren
zeer rustige pop. De vogels werden in de winterperiode
binnen gehouden in een onverwarmde kooi. Alleen bij
strenge
vorst werd er bij verwarmd om de temperatuur enkele
graden boven nul te houden. In de herfst en winter zaten
ze wel gescheiden, net als de meeste insecteneters. Ik
zelf zet gedurende de winter meestal in elke kooi twee
of drie vogels van verschillende soorten bij elkaar. Dit
gaat redelijk goed. Toch moet men blijven opletten of er
niet een het onderspit delft. Halweg maart werden de
vogels in een grote vlucht gezet met als mede bewoners
een koppel blauwborsten, zwartkopjes, grote gele
kwikstaarten, tapuiten en een koppel wielewalen. De man
begon al snel zijn territorium af te bakenen door zijn
onmiskenbare luide zang. Het viel mij op dat hij zijn
territorium flink verdedigde en dat de blauwborst man en
de zwartkop man regelmatig nagezeten werden. Op zondag
25 april zag ik de pop voor het eerst nestmateriaal naar
een bamboepol slepen, die vlak voor de deur van het
binnenhok staat. Ik kon haar van binnenuit goed volgen,
ook al omdat ze niet schuw was. Toch wilde zij de
nestplaats verborgen houden. Toe er na anderhalve dag
nog niet veel vordering in zat, besloot ik te helpen. Ik
nam een nestkorfje ( riet met kokos )
en bracht dat
met ijzerdraad aan in de bamboe, op de plaats waar de
pop probeerde te bouwen. Dit accepteerde ze niet en ze
begon 15 cm lager opnieuw te bouwen. Het was een lust om
dat te zien, ze liet zich niet storen en ging stug door
met bouwen. Het leek wel of er druk achter zat en dat
was ook zo. Intussen zong de man de hele dag door en
probeerde nieuwsgierige en indringers op een afstand te
houden. Kwam ik te dicht in de buurt dan deed hij
schijnaanvallen.
Op 1 mei was het nest klaar en op 2 mei was er het
eerste ei. In de natuur moeten de grote karekieten dan
nog terug komen uit Afrika! Er werd doorgelegd tot en
met 4 mei en toen begon de pop te broeden. Bij
tussentijdse controle bleken drie van de vier eieren
bevrucht. Na een broedtijd van twee weken veranderde het
gedrag van de man: hij werd agressiever en zong nog meer
dan de dagen ervoor. Als de pop even van het nest was en
ik ging kijken dan was ze er in no time bij en als ik de
bamboe openvouwde om bij het nest te kijken dan zat ze
in mijn hand te pikken. Van boven pikte de man in mijn
hoofd dit ging net zolang door tot ik weer vertrok. De
pop bleef bij het nest en de man volgde mij tot ik op
veilige afstand was.
de drie jongen groeiden voorspoedig maar op de derde dag
was de kleinste verdwenen. De andere twee werden de
zesde dag geringd met een 3,5 mm ring. De achtste dag
heb ik ze uit het nest genomen om ze verder met de hand
groot te brengen. Misschien zou het koppel nog een ronde
doen. Met die vraag hoefde ik niet lang te zitten. De
volgende dag was de pop al weer aan het slepen en wel
naar een bamboepol die anderhalve meter verder stond.
Hier werd meteen ijverig gebouwd aan een nieuw nest en
vier dagen later was er het eerste ei van de tweede
ronde. Ook voor dit nest werd voornamelijk sisal fibre
en kokosvezel gebruikt net als bij het eerste nest. Ook
dit keer werden het vier eieren die alle vier bevrucht
bleken te zijn. Ook deze kwamen na krap twee weken uit
en alle vier de jongen werden goed gevoerd en na zes
dagen geringd. Ook dit keer heb ik de jongen uit het
nest genomen en verder met de hand grootgebracht
omdat ik vreesde
voor verdrinking in de (toch wel grote)
vijver.
De pop van de grote karekiet begon de dag erna weer aan een nieuw nest. Alleen liep dit even anders dan gewoonlijk. Het koppel wielewalen dat in dezelfde ren zat, had het nest klaar en zat net te broeden. Voor ik het goed en wel in de gaten had was de grote karekiet het nest van de wielewaal aan het slopen. Dit nest bestond uit een nestkorfje voornamelijk bekleed met schapenwol en een klein beetje sisal fibre. Gelukkig kon ik de eieren nog redden, maar de wielewaal ging niet meer zitten. Ik heb de eieren toen maar in de broedmachine gelegd en later bleek dat ze wel bevrucht waren. Er zijn twee jongen uit gekomen die ik met de hand heb grootgebracht. Helaas brak een jong zijn poot doordat hij tussen de tralie en een drinkflesje vast kwam te zitten. Natuurlijk was dit zijn ringpoot. Ik haar na enkele maanden moeten euthanaseren omdat ze niet van de grond kwam en zich daardoor steeds door haar eigen mest sleepte. De andere werd goed zelfstandig maar is in augustus tijdens een zware regenbui verkleumd geraakt en gestorven.
Maar nu verder met de grote karekietstory. Hij was dus aan de derde ronde bezig. Het nest werd nu gebouwd in een vlierstruikje en voornamelijk met kokos en wol (van de wielewaal). Ik stond nu zwaar in twijfel. Wat moest ik doen? De derde ronde van de grote karekiet afbreken, hem uitvangen, of het risico nemen dat de wielewaal niet opnieuw zou beginnen? Ik liet er mijn gedachten over gaan. De grote karekiet was op dreef en had het nest klaar. Als de wielewalen weer wilden beginnen, zou de karekiet geen nestmateriaal meer nodig hebben. Ik had verder ook nooit enige agressie van de grote karekieten tegenover de wielewalen gezien, wel tegen kleinere medebewoners. En aangezien dat de man mij ook aanviel bij de nestcontrole bleek dat ze niet bang uitgevallen waren. Een besluit had ik al wel genomen: volgend jaar geen gezelschapsvolière meer. Intussen zat de grote karekiet pop weer te broeden, dit keer op drie eieren, hiervan waren er twee bevrucht die beide uitkwamen. Ik heb deze jongen door de ouders zelf laten grootbrengen, waarbij een van de jongen steeds achter bleef. Toen ik hem eruit wilde nemen om verder met de hand groot te brengen was hij al teveel verzwakt en is hij gestorven. Het andere jong groeide goed en vloog na twaalf dagen uit. In de loop van het seizoen werden enkele jonge vogels overgedragen aan andere kwekers in binnen en buitenland, in de hoop dat zij ook succesvol zouden zijn met de kweek van de grote karekiet. Het is een mooie uitdagende cultuurvogel, maar wel een met gebruiksaanwijzing.
Duits:
Drosselrohrsanger
Engels:
Great reed-Warbler
Frans:
Rousserolle turdoide
Latijn:
Acrocephalus arundinaceus






