KWEEK
MET DE KLEINE BONTE SPECHT
(Dendrocopus minor) door
Jeu Smeets
Op 28 juni kreeg ik een telefoontje van Ton
Wetjens, met het verzoek om kweekverslagen te maken over diverse
vogels die zeer moeilijk te kweken zijn. Bijna altijd betreft het
dan vogels die niet in het geijkte patroon van nestbouw en
voedselopname passen. In dit geval ging het om de kleine bonte
specht, de ijsvogel en de hop. Alle drie zullen ze aan de orde
komen, maar dit verhaal gaat over de specht. Op 29 juni reed ik naar
Grubbenvorst, naar Ton en Annie Bouten. Een hartelijke ontvangst
viel mij ten deel in een overweldigende tuin met een enorm areaal
aan goed onderhouden volières, ruim beplant en alle voorzien van
vijvers. Een prachtig bestand aan soms alledaagse vogels, die alleen
maar gemeen hebben dat ze moeilijk te kweken zijn. En dat is bij de
familie Bouten nu juist de ultieme uitdaging.
De kleine bonte specht is beslist geen
zeldzaamheid in onze regio. Met zijn lengte van ongeveer 14,5 cm. en zijn mooie bonte
tekening, is het een schitterend vogeltje. In de natuur is hij vaak
op redelijk korte afstand te bewonderen terwijl hij zijn kostje bij
elkaar hakt in dode takken. De vogel is namelijk niet in staat in
vers levend hout gaten te maken. Ton Bouten is daarom ook blij met
de twee hectaren eigen bos achter zijn huis, waar de nodige
berkenbomen staan. Want met een speciale bewerking sterven deze
bomen af en ze blijven dan nog drie jaar staan om te vermolmen.
Alleen dan is dit spechtje in staat om er een broedhol in uit te
hakken. De resterende stam wordt dan omgezaagd en als een paar meter
hoge dode stam in de volière geplaatst. De kant-en-klaar vermolmde
stam wordt door deze vogels als het waren aanbeden en in no time is
dan ook, via een rond invlieggat, een broedholte geschapen. In deze
holte wordt dan zonder verder nestmateriaal (meestal op de bodem wel
wat spaanders van het hakken)
het legsel van gemiddeld vijf à zes eieren gelegd, die in 14
dagen door beide oudervogels uitgebroed worden. Want daarna begint
het probleem. Je kunt bij de oudervogels van alles waarnemen maar
niet in het nest kijken, om eens te zien wat zich
20 - 25 cm. onder het invlieggat
afspeelt. Nu in chronologische volgorde wát er gebeurde.
Op 3 april 2008 beginnen de vogels een nest te
hakken in de nieuw geplaatste berkenstam. Het broedbegin is 22 april
omdat we steeds een vogel missen. Uitgekomen zijn de jongen op 5 mei
omdat de vogels vanaf dat moment met voer gingen slepen. Het voer
dat de oudervogels ter beschikking hebben bestaat uit levende
meelwormen, diepvries pinkies, krekels en buffalowormen. Op 11 mei
moesten de jongen groot genoeg zijn om te ringen en dus ging de
operatie van start. Eerst de plaats uitmeten waar de jongen moesten
liggen. Een moertje aan een touw bood uitkomst. Door dat te laten
zakken was redelijk goed de diepte van de nestgang te bepalen en
vervolgens ging circa 15 cm. hoger de zaag in de
stam. Er waren drie jongen en die werden door ons geringd met een
voorgeschreven 3,3
mm. ring. De boomstam werd natuurlijk
gerepareerd. Het afgezaagde bovenstuk werd weer mooi op zijn plaats
gezet, met latten werd het geheel gespalkt en met schroeven
vastgezet, zodat de oudervogels geen argwaan kregen. Het lukte en op
26 mei vlogen de drie jongen
uit en ze werden nog een paar weken door de ouders gevoerd om daarna
door het leven te gaan als zelfstandige, maar door mensenhanden
geringde, kleine bonte spechten. Het is vertederend te zien hoe de
jonge spechtjes, drie dagen na het uitvliegen, zich nog wat onhandig
door de volière bewegen, maar toch al laten zien dat zij over een
paar weken zeer behendige vliegers zullen zijn.
Maar goed dat ze in hun boomholten redelijk
goed beschermd zijn tegen vijanden want zij produceren slechts één
legsel per jaar.
Familie: Picidae / Engels: Lesser spotted woodpecker / Duits:
Kleinspecht