Waar blijft de veldleeuwerik? 

door Gerrit Huurneman 

Deze keer wil ik het hebben over de veldleeuwerik (Alaudidea) en terugblikken op het midden van de vorige eeuw, toen er nog zoveel veldleeuweriken bestonden. 

Is het niet nodig de alarmklok te luiden? In januari van dit jaar zag ik op de televisie een programma van Vogelbescherming. Er werd een gebied in Oost Groningen getoond, waar de grauwe kiekendief het goed deed. Dit was een gevolg van braakliggende landbouwgrond, waar veldleeuweriken ook graag vertoeven. Zij vormen het voedsel voor de kiekendief.

In het oosten van ons land (waar ik woon) op de hogere zandgronden, constateer ik dat het evenwel zeer slecht gaat met de populatie van de veldleeuwerik. 

De familie van de veldleeuwerik bestaat uit ongeveer 75 soorten, verdeeld over de hele wereld, met uitzondering van het Andesgebergte in Zuid Amerika. Van vroeger uit is het een bodemvogel, die vooral voorkwam in Afrika. In onze contreien komen de boomleeuwerik, de kuifleeuwerik en de veldleeuwerik voor als broedvogel. De veldleeuwerik is te herkennen aan zijn buitenste witte staartpennen. Hij kan tot 18 cm. groot worden. In het broedseizoen bewoont hij geheel Europa en Azië, tot Japan toe. De veldleeuwerik profiteert van de ontbossing (!) en van cultuurlandschap. Ook andere plekken waar kaalslag heeft plaatsgevonden, en veengebieden, zijn geliefde plaatsen voor hem. De veldleeuwerik kan men het gehele jaar door langs de kust aantreffen, landinwaarts wordt hij zelden waargenomen.

Onze broedvogels trekken meestal wel iets naar het zuiden, maar vogels uit het noorden en oosten blijven hier overwinteren. Zodra de dagen lengen keren ze weer terug, vaak in februari al. In het oosten van het land ziet en hoort men de veldleeuwerik meestal vanaf half maart. Ik herinner mij hoe ik vroeger, als jongen van 15 jaar, hier enorm van genoot. 

Bij ons in Neede hebben we te maken met een stuwwal, die dateert uit de laatste ijstijd. Deze verhoging in het landschap (ca. 38 mtr.) gebruikte men vroeger voor de verbouw van graansoorten en aardappels. Door de stuwwal heen liep een holle weg en dit was een ideale plek voor de veldleeuwerik. In grote getale waren ze aanwezig. In Zuid Limburg treft men

deze wegen tegenwoordig nog aan. Rondom lagen de rogge- en havervelden. Het was een prachtig gezicht om de vogels driftig het luchtruim te zien kiezen. Ik kon er in die tijd maar niet genoeg van krijgen. Zelfs maakte ik mij een keer erg kwaad op een sperwer, die het mooie tafereel voor mijn ogen wreed verstoorde. 

Veldleeuweriken werden vroeger met miljoenen gevangen en opgegeten. Toch bleken de vogels in staat hun populatie op peil te houden. Ze konden vrij oud worden, vaak wel een jaar of tien. Maar ze konden ook drie broedsels per jaar produceren. Als ik mij goed herinner heb ik wel eens twintig zingende mannetjes op de Needse berg geteld. Uitmaaien of verongelukken was toen nog niet aan de orde. Echter, door het verdwijnen van graanvelden en het gebruik van DDT in de landbouw, kwam het voortbestaan van de veldleeuwerik ernstig in gevaar. 

Als de leeuwerik zich op de grond ophoudt, is hij bijna onvindbaar. Trippelend tussen de vegetatie door is hij onzichtbaar, maar zodra hij opstijgt is meteen zijn jubelend, rollend gezang te horen. Op een hoogte van vijftig meter trekt hij pas alle registers open. Als een torenvalk hangt hij in de lucht en al fladderend zoekt hij het hogerop. Soms zakt hij een tiental meters om vervolgens weer op te stijgen. De leeuwerik hoort thuis in het Hollands landschap. Vroeger noemde men de vogel akkerleeuwerik, maar later, toen veel landbouwgrond verdween, voelde hij zich in weilanden ook goed thuis.

De leeuwerik is een alleseter. Hij houdt van onkruiden, zoals muur, klaverblaadjes en spurrie, maar ook van kleine insecten, bladluizen en ander (on-)gedierte. Miereneieren vindt hij een echte lekkernij. In het leven gaat het nu eenmaal zo: wie zich goed kan aanpassen vindt altijd wel wat van zijn gading.

De vogel is verder een sterke territoriumverdediger. Zo heb ik vroeger meermalen ruzies gadegeslagen. Ze begonnen op de grond en zetten zich voort in de lucht. Vervolgens buitelden de vogels weer naar beneden en daar gingen de strubbelingen gewoon door.

Is de landverdeling eenmaal goed geregeld, dan beginnen de paartjes met de nestbouw. Het gaat er daarbij allervrolijkst aan toe. In april, wanneer het gras wat langer wordt, is het een lust om de dartele diertjes in het veld gade te slaan. Volgens Jac.P.Thijsse “zijn leeuweriken nog drukker dan mussen”. Helaas is zo’n tafereel bekijken in deze tijd niet meer mogelijk. 

Wil men een leeuwerikennest vinden, dan moet men geluk hebben. Meestal zit het verscholen in een graspol, maar … tegenwoordig zijn er geen graspollen meer in de moderne raaigrasweilanden. Ik heb wel eens een nest gevonden, gemaakt van grassprietjes,  op een onbebouwde zandvlakte. Maar in het gras is een nest praktisch onvindbaar.

Het vrouwtje legt gewoonlijk vier bruingespikkelde eieren, die na ongeveer veertien dagen broeden uitkomen. De jongen zijn soms al na tien dagen uit het nest. Met twintig dagen zijn ze zelfstandig en dat is vrij snel. Immers, zo vroeg het nest verlaten brengt risico’s met zich mee. Vliegen ze uit in een koude, natte periode dan overleven de jongen het vaak niet. Maar doordat er drie broedsels zijn, komen er meestal nog wel genoeg jongen groot.

Het is verbazingwekkend – het formaat van de vogel in aanmerking genomen  - hoeveel geluid een leeuwerik tijdens het broedseizoen kan produceren. En dan te weten dat hij veel kracht nodig heeft om op te stijgen. Hij lijkt welhaast zonder adem te kunnen als hij jubelt. Maar, zoals bekend, heeft een vogel extra luchtzakken. In zijn luchtpijp zit verder een speciaal zangorgaan, de syrinx genaamd, waarmee hij tot zijn zangprestaties komt.

Gaandeweg, als het broedseizoen zijn einde nadert, verstomt het zingen. Geen wonder, want de vogels hebben energie nodig om hun nieuw verenpak in orde te maken en dat is nodig voor de trek naar hun overwinteringsgebied. De leeuwerik is weliswaar een trekvogel, maar veel verder dan Frankrijk of Spanje gaat hij niet. Daar wordt hij met open armen (lees: vangkooien!) ontvangen. Ongelooflijk dat er nog steeds op deze prachtige vogel wordt gejaagd. Frankrijk is niet mijn vakantieland! 

Het is gedaan met de mooie leeuwerikenzang. De stand is schrikbarend laag. Wie onder u heeft in de afgelopen mooie, hete zomer een leeuwerik gehoord of gezien? Ik niet in elk geval. Alleen tijdens de voorjaarstrek zag ik enkele exemplaren. Maar ze bleven niet hier om te broeden. Wel het jaar daarvoor (in 2002) zag ik nog enkele broedparen op de Needse berg.

Wat is de oorzaak van deze teruggang of teloorgang? (Niet alleen van de leeuwerik, maar ook van andere soorten vogels.) Is de intensieve bewerking van de wei- en landbouwgronden funest? En wat te denken van het rijkelijk strooien met DDT in het verleden? En wat is de invloed van kunstmest op de bodem? Bracht de oude bemestingsmethode van vroeger niet veel meer bodemleven waar vogels van konden profiteren? 

Ik wil niet pessimistisch zijn, maar het zal nog vele jaren duren alvorens de populatie van de veldleeuwerik  weer toeneemt. Uitsterven zal de vogel niet, want gelukkig wordt hij gekweekt door aviculturisten. Helaas rijzen de prijzen de pan nog uit.

Alles aan levend voer is tegenwoordig verkrijgbaar, hoewel de prijzen hiervan ook niet gering zijn.  Niettemin hoop ik dat er meer veldleeuweriken gekweekt gaan worden. Hopelijk zullen de prijzen dan ook zakken. Ook ik wil dan graag een koppeltje in mijn volière om daarmee te kweken. T.z.t. wil ik graag een kweekverslag in dit blad publiceren!