OOGONTSTEKINGEN BIJ VOGELS    Bron: AZ-Nachrichten – Vertaling: Jeu Smeets

 

Oogziektes en ontstekingen kunnen hun oorzaak in lokale en algemene ziektes van de vogel hebben. Wanneer die oogziekte het resultaat is van een algemene ziekte, zijn het meestal beide ogen die hieronder lijden. Wanneer echter één oog ontstoken is komt dit meestal door een lokale infectie of door inwerking van buitenaf : de vogel krijgt iets in het oog.

In het geval van een als algemene ziekte aan te merken situatie zijn meestal ook andere, inwendige lichaamsdelen van de vogel niet in orde. Zo kan het voorkomen dat bijvoorbeeld opgezette en tranende ogen, samen met ontstoken innerlijke organen, voor deze symptomen verantwoordelijk zijn. In dit stadium moet men bij een vogel snel handelen en de hulp van een dierenarts inroepen.

Een ontstoken oog kan voor de kweker zeer verrassend optreden en slecht herkenbaar zijn, omdat de vogel de kweker altijd zijn gezonde oog toont omdat hij alles in die richting kan zien. In veel gevallen is een oogontsteking te herkennen: de vogel schuurt veel vaker dan normaal met zijn wangen en (zieke) oog langs de zitstok, in een poging ongemak en jeuk te verminderen.

Bij Europese cultuurvogels is het optreden van oogziekten per soort verschillend. Dat heeft te maken met de gewoonte van de vogel om met zijn              (zelfs Einstein wist het!)

kopje langs de zitstokken te wrijven.  Soorten die dat in zich hebben en dat vaak doen, lopen meer risico omdat er eerder vuil in het oog terecht kan komen en dat kan vervolgens gaan ontsteken.  

Ook het proberen met pootjes en nagels te krabben in het oogbereik, kan al tot ontstekingen leiden, wat in het begin slechts zichtbaar is door kleine zwellingen. Er zijn een aantal dingen die men kan doen om oogontstekingen van dit type te voorkomen of te verminderen.

Als eerste (en belangrijkste) moeten de zitstokken regelmatig gereinigd en gedesinfecteerd worden om poepresten en ander vuil te verwijderen. Daarbij moet men erop letten dat de vogels eerst dan in de kooi of volière teruggezet worden als de zitstokken volledig opgedroogd zijn omdat ook desinfecteringsmiddelen door hun samenstelling oogontstekingen kunnen veroorzaken. Deze grondige reiniging is vooral in herfst en winter zeer belangrijk omdat de hogere luchtvochtigheid de bodem natter maakt en de bacteriële werking sterk bevordert. Aan de pootjes van de vogels blijft meer verontreiniging hangen en dat zet zich vast op de zitstokken. 

Ook scherpe punten aan voorfronten en losse draadeinden van gaas kunnen de ogen beschadigen en daardoor vatbaarder maken voor ziektekiemen. Dit soort zaken kan men gemakkelijk voorkomen. Verder moet men bij vogels met oogontstekingen ook eens naar de nagels kijken. Zijn deze te lang of kromgegroeid, dan moeten ze met spoed bijgeknipt worden omdat de vogel zichzelf met poetsen in het kwetsbare gebied rond de ogen kan beschadigen.

De behandeling van een oogontsteking hangt voor een groot gedeelte af van de ziekteoorzaak  en er kan eigenlijk alleen door een dierenarts een goede diagnose gesteld worden. Hij kan vervolgens de goede medicamenten voorschrijven. Wanneer het om een algemeen zieke vogel gaat zal de dierenarts meestal besluiten tot een doeltreffend antibioticum. Bij een oogontsteking alleen kan meestal volstaan worden met een medicijn in zalf- of druppelvorm.

Bij de behandeling met zalf of druppels is het van belang het kopje van de vogel goed vast te houden, zodat het medicament ook gericht aangebracht kan worden en de veren rondom het oog niet onnodig bevuild worden. Men houdt de kop van de vogel daartoe tussen duim en middelvinger en met de wijsvinger ondersteunt men het kopje aan de zijkant.

Let er overigens wel op de keelzijde van de vogel niet al te vast aan te drukken, omdat het ademen dan bemoeilijkt wordt of zelfs erger. Zitten er veren in het gezwollen ooggebied dan  moeten deze verwijderd worden en kan men de druppels in het geopende oog aanbrengen. Zo kan het medicament zijn heilzame werking doen. De behandeling met zalf is in zoverre eenvoudiger omdat men kan zien of de zalf op de goede plek is aangebracht.

Wanneer men een voor een T.T. bedoelde vogel behandelt, moet men er rekening mee houden dat de veren rondom het oog enigermate bevuild worden. Men moet de zalf voorzichtig uit de tube persen en in de lengterichting over het oog verdelen. Zo kan het traanvocht zich met de zalf vermengen en zich verdelen binnenin het oog. Bij een behandeling met zalf bestaat de mogelijkheid dat de vogel, teruggeplaatst in de kooi, direct de zalf probeert te verwijderen door langs de zitstok te wrijven. Zand in de kooi is bij deze behandeling absoluut taboe. 

Om de hoogst mogelijke effectiviteit van de behandeling te bereiken moet deze 3 x daags plaatsvinden, omdat het medicament met traanvloeistof verdund uitgewassen wordt. Tevens bereikt men ermee dat de verdunning met traanvloeistof minder sterk is. Men moet de behandeling lang genoeg doorzetten om het risico te vermijden dat een niet helemaal genezen oog opnieuw geïnfecteerd raakt. 

Tot slot wil ik erop wijzen dat men medicijnen alleen in overleg met de dierenarts moet gebruiken; oogzalf voor mensen is vaak uitermate ongeschikt voor vogels.

Tevens moet men geen zalfjes en druppels meer gebruiken die over de houdbaarheidsdatum heen zijn. 

In vergelijking met een mensenoog is het vogeloog veel groter. Het grootste gedeelte ligt in de kop zelf, alleen een klein gedeelte is zichtbaar. Van dichtbij bekeken is duidelijk de pupil (A) en de irisring te zien (B). Afhankelijk van de kleur van de vogel is de pupil zwart, donkerbruin of rood. De irisring kan wit, geel of zwart zijn. In het laatste geval lijkt het of de vogel helemaal geen irisring heeft.

Mensen en de meeste zoogdieren hebben twee oogleden die van bovenaf gesloten kunnen worden. Vogels echter hebben niet alleen een boven- en onderooglid, maar ook een derde, dwars óp het oog gelegen lid: het zogenaamde knipvlies of derde ooglid.