MENSEN  EN  SPREEUWEN : GEMENGDE  GEVOELENS     door Jeu Smeets

 

Wijnboeren en fruittelers hebben een hekel aan deze mooie vogel, genaamd Sturnus vulgaris.

Er worden netten over druivenstokken gehangen en donderbussen in kersenboomgaarden aangebracht. Inderdaad kan een groep van honderden spreeuwen een enorme ravage aanrichten. In de broedtijd verorbert een spreeuwenfamilie echter óók een enorme hoeveelheid aan schadelijke insecten. Men kan zich dus afvragen of het nut niet tegen de schade opweegt. Echter zijn de meningen over schade en nut niet gelijk verdeeld! 

In ons redelijk gematigd klimaat kan men de spreeuwen - wetenschappelijke familienaam Sturnidae – nagenoeg gedurende het hele jaar aantreffen. Zeldzaam zijn deze opportunisten zeker niet. Milieuverstoringen in het verleden en hagelpatronen hebben natuurlijke vijanden als roofvogels en marterachtigen behoorlijk uitgedund. Echter zorgt ook het ongelooflijke aanpassingsvermogen van de spreeuw ervoor, net als bij de merel, dat uitroeien wordt voorkomen.  

Spreeuwen zijn holenbroeders en hebben een voorkeur voor boomholten. Dood hout werd in het verleden echter radicaal uit onze bossen verwijderd en zo ontstond er voor veel vogels en andere dieren een huisvestingsprobleem. Inmiddels is men er wel achter gekomen dat dood hout van onschatbare waarde is voor de dieren. Het duurt echter jaren voordat er weer een nieuwe biotoop gevormd is en daar konden de spreeuwen natuurlijk niet op wachten. Ze losten het probleem op en zochten uitsparingen in gebouwen, gaten in muren en ook nestkasten, waarin ze hun  kroost konden grootbrengen.

Natuurlijk biedt de stad met zijn beton, asfalt en plavuizen relatief weinig voedsel. Maar daar tegenover staat dat onze vuilnisbakken uitpuilen en de mens genegen is het jaar rond de vogels in zijn tuin te voeren, iets wat natuurbeschermers niet graag zien. Dat heft het voedselprobleem voor deze vogels niet helemaal op. De spreeuw zelf heeft dit probleem echter wel opgelost. Voor nachtrust en broed is hij in de binnenstad te vinden en overdag trekt hij naar tuinen, parken en open veld om voedsel te zoeken. Hier is, tot vreugde van de boer, geen enkel vraatzuchtig insect zijn leven zeker.

In elk geval zijn spreeuwen montere beestjes en de clowns van onze vogelwereld. Ze fluiten, sissen, kneuteren en imiteren andere vogelgeluiden. In het laatste zijn ze zelfs ware meesters, niet alleen met zingen, maar ook met de waarschuwings- en angstroep foppen ze andere vogels. Het is bekend dat de op band opgenomen noodroepen overgenomen worden, dus die werken slechts tot de volgende invasie in een kersenboom.

Al vroeg in het voorjaar heeft het spreeuwenpaar elkaar gevonden. Twee broedsels per voorjaar volgen met tussen de drie en acht eieren per keer. Het nest zelf is een tamelijk wanordelijk bouwsel van gras en veren. Na ongeveer 14 dagen komen de jongen uit. De ouders voeden de jongen met zeer veel insecten en ander ongewerveld spul, waarbij emelten (de larve van de langpootmug) een groot deel van het voedsel vormen. In het najaar zullen de  zwermen van duizenden vogels weer opduiken en zal de mens weer om vernietiging roepen. Maar wij zullen ervoor moeten zorgen dat het natuurlijk evenwicht hersteld wordt. De natuur zelf is prima in staat zich te herstellen en wij, mensen, hebben haar lang genoeg negatief beïnvloed.