







59e Wereldkampioenschappen Tours (Fr)
Goudvinken Piet van Beers: Goud en Zilver
Bij de COM Wereldkampioenschappen in het Franse Tours
werden 23.121 vogels ingeschreven. Deze vogels werd
bijeengebracht door 2826 kwekers uit 19 landen. Er
werden liefst 2351 medailles uitgereikt; 910 keer goud,
774 keer zilver en 667 brons. 176 Nederlandse
vogelkwekers schreven in totaal 1446 vogels in. Een van
de winnaars van een gouden en een zilvermedaille is Piet
van Beers. Prijzen behaalden twee van zijn goudvinken;
93 en 92 punten. Er waren bijna 120 ‘Bouvreuils
pivone’
(goudvinken op z’n
Frans) in Tours te bewonderen.
Door Huub Vervest
“50 Jaar geleden ben ik begonnen met een
gezelschapsvolière. Wat kanaries en wildzang zoals dat
toen genoemd werd. Nadien ben ik overgestapt op
kleurkanaries; bruin met wit en geel. Kanaries kweken
deed ik in een soort tuinhuisje. Dat staat er nu nog.
Een tijd heb ik ook rode vetstof kanaries gehad. Toen we
goudvinken mochten houden ben ik daarop overgegaan.
Kleine vluchtjes gebouwd daarvoor. Ik Oost-Brabant heb
ik twee koppels grote goudvinken gekocht. Het
allereerste jaar kweekte ik daarvan 17 jongen. Het
tweede jaar 16.” Vanaf die tijd, ook al weer jaren
geleden, is de grote goudvink de vogel voor
Zevenbergenaar Piet van Beers. Piet is voorzitter van de
vogelvereniging Zanglust in Zevenbergen. “Ik vraag
altijd aan alle leden hoe de kweek gaat. En wat we op
onze jaarlijkse tentoonstelling mogen verwachten. Waar
andere verenigingen kampen met het teruglopend aantal
leden en inzendingen, groeit juist Piets’ vereniging. In
2010 bijvoorbeeld werden er ongeveer 100 Europese vogels
meer ingezonden dan het jaar daarvoor.
Beginnen met kwaliteit
“De eerste grote goudvinken die ik kocht waren goede
kweekvogels. Later ga je meer op
tentoonstellingskwaliteit letten. Zo heb ik mooie vogels
aangeschaft bij Henry Kuypers. Henry speelde goed op
tentoonstellingen en heeft een hele goede kijk op
vogels. Van Peter Hermes heb ik een ander koppel
goudvinken overgenomen. Dat kwam van Anne Reiding.
Kwaliteit ook.”
Van lieverlee heeft Piet van Beers zijn eigen stam grote
goudvinken opgebouwd. Af en toe komt er nieuw bloed in
zijn kooi. “Dat zijn dan wel vogels die ik zelf bij
bekende kwekers uit zoek. Die hoeven voor mij geen 93
punten gehaald te hebben. Ik let op een goed vol model,
een volle grote kop en een strakke pet. Het is al
helemaal mooi als de man mooi dieprood en egaal van
kleur is op de borst. Maar dat is een kwestie van goed
opvoeren. Dat lukt mij wel. Belangrijk is, als je mee
wilt doen aan wedstrijden, dat je begint met vogels die
van goede tentoonstellingskwaliteit zijn. Dan komt er
nog bij dat ze goede kweekeigenschappen moeten hebben.”
Piet van Beers kweekt de laatste jaren met 10 koppels
grote goudvinken.
“Ik heb dan per seizoen ongeveer 80 jongen. Natuurlijk
heb ook ik wel eens uitval.” Blijven er 70 jongen na de
rui op stok dan ben ik weer heel tevreden.
Voor de tentoonstellingen worden door Piet van Beers 20
tot 25 vogels opgekooid, ongeveer evenveel mannen als
poppen. “Elke vogel die onrustig is of waaraan ik wat
zie dat op een keuring niet gewenst is gaat snel weer
terug in de kweekbox. Zo kom ik aan mijn
tentoonstellings collectie. Ik probeer steeds een 12-tal
vogels in te sturen naar de tentoonstellingen. Alleen
voor de eigen vereniging stuur ik meer vogels in. Naar
de wereldshow in het Franse Tours heb ik maar 4 vogels
ingezonden. Deelnemen aan zo’n show kost nogal wat. Het
is ook maar afwachten hoe en wat je terug krijgt.”
Piet van Beers heeft het seizoen 2010/2011 heel goed
gespeeld op diverse tentoonstellingen. “Ik begon in
Hellevoetsluis. Dat was wat vroeg in het seizoen maar
toch de hoogste met 90 punten.” Daarna behaalde Piet het
ene kampioenschap na het andere; Studiegroep Veldhoven
kampioen Enkelingen en kampioen Stammen. Vervolgens
Kampioen Enkelingen op de show van de eigen afdeling in
Zevenbergen. De rij kampioenschappen wordt aangevuld met
kampioenschappen in de regio Moerdijk, bij de SEC in
Rosmalen, in Apeldoorn en ten slotte – als afronding -
Goud en Zilver bij de wereldkampioenschappen in
Frankrijk. Deze prestatie heeft meer waarde als men weet
dat Piet van Beers deze kampioenschappen behaalde door
het insturen van slechts 4 vogels. Piet; ”Voor de
deelname aan de COM kampioenschappen heb ik me laten
overhalen door Toontje Dekkers. Hij speelde zelf overal
erg goed met zijn groenlingen. Toontje won praktisch
overal. In Tours hadden de keurmeesters blijkbaar een
andere kijk op zijn vogels. Het is wel jammer dat er
zo’n groot verschil is in beoordeling door de
keurmeesters.”
Bij de keuring van grote goudvink mannen letten de
keurmeesters onder andere op het model en het formaat,
een mooie gesloten kap, de kleur rond de kap moet goed
doorlopen en de vleugelbandjes moeten helder wit zijn.
Een rode zweem op het rugdek – een gevolg van te veel
opkleuren – is fout.
Het voer – en dat is ook het verzorgen van vogels – is
zolang de vogelliefhebberij bestaat onderwerp van vele,
soms eindeloze discussies. Piet van Beers is gelukkig
iemand die met beide benen op de grond staat. Het is een
feit dat de voeding van grote goudvinken op dit adres
eenvoudig is. Piet: “Ik koop een zaadmengsel voor mijn
goudvinken waarvan ik vind dat de kwaliteit goed is. Het
moet bij mij voor de grote goudvink een mengsel zijn
waar van alles wat in zit. ’n Pitje, ’n lijsterbesje.
Verder let ik nogal op de prijs. Het duurste hoeft niet
altijd het beste te zijn. Goed is goed.” Zijn goudvinken
worden altijd gerantsoeneerd gevoerd. Dat kan zoals bij
Piet die behalve een paar koppels mooie grote putters
voornamelijk goudvinken heeft. “Ik voer gerantsoeneerd.
Met een maatschapje per dag per vogel. Alleen als de
goudvinken zoals nu met meerdere bij elkaar zitten geef
ik wat meer voer. Je hebt er altijd bij die niet direct
op de voerbak zitten. Dan hebben die ook nog voldoende
variatie.”
Het eivoer recept – buiten de kweektijd 1 x per week en
in de kweek meerdere keren per dag – is niets speciaals:
beschuitmeel met Aves Opfok, een hard gekookt ei (“Wel
eieren van goede kwaliteit nemen.”), ’n Schepje Conditie
en Megabactin, beiden Cometaves, en wat Gistocal.”In de
kweektijd doe ik er dan nog wat diepvries pinkies bij,
wat verse brandneteltoppen en gekiemd zaad. Omdat ik
niet meer hoef te werken en vaak thuis ben geef ik dat
meer keren per dag als de goudvink pop jongen heeft.”
Door deze omstandigheden is Piet van Beers ook in de
gelegenheid de vogels tijdens het kweekseizoen in de
gaten te houden. “Ik raap de eieren en als de pop het 3e
of 4e ei gelegd heeft vang ik de goudvink man
er af. Die gaat in een aparte kooi.” Die kooi zet Van
Beers op een tafeltje dat hij in elke vlucht heeft.
Als de jonge goudvinken zelfstandig zijn gaan ze uit de
kweekvluchten naar ruime kooien. “Na een week of vier
scheid ik de jonge mannen en de jonge poppen. Jonge
mannen zijn te herkennen aan een beginnende zwarte kleur
onder de snavel. Vanaf het moment dat de jonge mannen
apart zitten begin ik met de kleur op te voeren. Zit er
dan nog een pop tussen de jongen dan krijgt die
kleurvoer en dat is niet de bedoeling natuurlijk. Pech.”
Op een hoeveelheid eivoer van ongeveer 140 gram – zie
recept hiervoor – voegt Piet van Beers 1 gram Rood
Intensief toe. “Aan een potje roodvoer van 90 gram heb
ik een seizoen lang voldoende. Ik koop dit potje bij de
Belgische firma Ost op de tentoonstelling in Apeldoorn.
Op een afgekoeld, hard gekookt ei doe ik in de mixer 1
gram van dit poeder. Het fijn gemixte ei kleur dan
helemaal rood. Vervolgens komen er beschuitmeel en de
andere ingrediënten bij. Dit eivoer krijgen mijn
goudvink mannen tot na de rui. De mannen worden diep
rood en egaal op de borst. Door het drinkwater doe ik
geen kleurstoffen. Meestal zakt het uit in de
drinkflesjes.”
Piet van Beers heeft ESB3 30% in huis. “Eigenlijk heb ik
dat voor een enkele kanariekweker in onze club. Die
komen dan hier voor een kuurtje voor de vogels. Ik
gebruik voor mijn goudvinken tegen coccidiosis alleen
maar Baycox. Dat krijgen al mijn goudvinken 2 dagen per
maand door het drinkwater. Verder geef ik mijn vogels
geen medicijnen.”
Aangetekend dient te worden dat de goudvinken van Piet
van Beers allemaal in droge vluchten zitten. De volières
zijn overdekt en de tussenwanden dicht. Aan de voorzijde
van de loopgang kunnen ramen opgezet worden. Het succes
van wereldkampioen Piet van Beers is te danken aan
schone, droge kooien, de kwaliteit van de vogels en de
veelvuldige aandacht. Zelfs als ‘goudvinken Piet’ niet
bij zijn vogels is dan nog kan hij ze observeren door
middel van een aantal camera’s die
in de kweekruimte hangen. “Je weet maar nooit wat de
vogels doen. En zo heb ik er ook nog een veilig gevoel
bij.”
Piet van Beers weet dat hij dit jaar weer zijn uiterste
best moet doen om op de eerste plaats voldoende
goudvinken te kweken, goede kwaliteit te kweken en voor
de tentoonstelling de juiste vogels te selecteren …. En
af te richten.






