Philovogelsophy.

door Lou Megens 

Het kweekseizoen 2005 is nu voor iedereen ten einde en we maken allemaal de balans op van de achter ons liggende maanden. Wat ging er fout, of wat ging er juist goed? Moeten we leren van onze fouten, of kunnen we beter leren van die zaken die goed gaan? Allemaal zullen we een andere insteek hebben om het komende jaar zaken anders aan te pakken, rigoureus om te gooien, te volharden in de situatie, of juist de moeilijkheidsgraad te verhogen. 

Kweken met Europese vogels betekent voor velen van ons een weg bewandelen die geplaveid is met teleurstellingen. Maar is dat nu juist niet datgene wat ook trekt? Wat maakt een succes zo belangrijk? Geeft het kweken van kanaries, parkieten, zebrameeuwen etc. ook de kick die we waarschijnlijk zoeken? Ik vermoed van niet. De toppen van de bergen herken je pas door de diepte van de dalen, zegt een oud spreekwoord.

Ik geloof dat wij allemaal in meer of mindere mate de uitdaging zoeken, het onbetreden pad willen bewandelen. 

Natuurlijk gaan er vele zaken mis en zijn er altijd externe oorzaken die hiertoe geleid hebben. Het weer was te warm of te koud, te nat of te sterk wisselend. Dat zal ook best wel, maar die onzekerheid weten we toch vooraf!

Minder vaak zoeken we de oorzaak bij onszelf, de voeding, behuizing, rust, voorbereiding op het kweekseizoen. En zelfs al weten we een aantal oorzaken, dan nog is het een compromis om hierin verandering aan te brengen of andere prioriteiten te moeten stellen. 

Voor mijzelf geldt dat er een aantal vaste parameters zijn waar ik niet omheen kan. Mijn werk bijvoorbeeld. Zoals zoveel mensen heb ik een volledige dagtaak. Dat betekent dat ik minder aandacht aan de vogels kan geven. Dat ik ‘s winters in het donker wegga en ook weer thuiskom. Dat ik mijn vogels alleen in het weekeinde kan zien. Een zieke vogel zal ik dus niet of nauwelijks herkennen in deze periode. 

Beschikbare ruimte is ook een thema. Ik zou willen dat mijn tuin veel groter was, maar dan dien ik een ander huis te kopen! En binnen deze ruimte moet er ook gelegenheid zijn voor een echte tuin en niet alleen maar broedboxen. Dus ook hier een compromis tussen wens en werkelijkheid. 

Toch heb ik enkele jaren geleden gekozen om het kweken van Europese zaadeters te verruilen voor het kweken van Europese insectenetende vogels. Waarom? Ik zocht een nieuwe uitdaging! Waarmee ik absoluut niet het idee heb dat het kweken van putters, goudvinken, Europese kanaries, vinken etc. geen geheimen meer voor me heeft, maar ik wilde de grenzen verleggen, meer pionieren. 

De eerste witte kwikstaart die ik kweekte, gaf me zo ongelooflijk veel genoegen, dat is bijna niet te beschrijven! Later volgde de heggenmus, zwarte roodstaart, veldleeuwerik, zwartkop, boomklever en vele andere.

Als intussen gespecialiseerde kweker van deze vogels meen ik te mogen zeggen dat er een aantal grote verschillen met de geijkte zaadeters zijn. 

Voer

Als eerste wil ik het voer aanhalen. Er zijn kwekers die  hun vogels volledig op een dieet van meelwormen zetten, anderen die een goed universeel ter beschikking stellen en er zijn kwekers zoals ik die hun (ei-)voer zelf maken. Voor iedere methode is wat te zeggen en er zijn nog te weinig ervaringen om de ideale methode bepaald te hebben. Waar we allemaal wel op moeten letten is dat onze insecteneters neigen naar ijzerstapeling (Hemochromatosis). Hierbij wordt het teveel aan ijzer opgeslagen in de lever, wat uiteindelijk leidt tot een vroegtijdige dood. Tevens dient het aandeel dierlijke eiwitten behoorlijk hoger te zijn dan bij onze zaadeters.

 Voedselopname

Een insecteneter neemt in verhouding veel meer voer op als een zaadeter en heeft ook een snellere stofwisseling én een hoger energieverbruik. Mij ontbreken de wetenschappelijke gegevens, maar met mijn gevoel kom ik op een hoeveelheid die 2 à 3 keer hoger ligt in volume. Dat is zeker iets om rekening mee te houden. Ook zijn de vogels langer bezig om zich te voeden en ze doen dit de hele dag door. Daardoor kan een donkere (korte) winterdag in verhouding tot een lange nacht de balans aan de verkeerde kant doen doorslaan.

Om dit voor te blijven liet ik ’s morgens het licht in de winterperiode branden vanaf 06.30 uur, de tijd dat ik moest voeren. Daardoor werd de dag, en dus de mogelijkheid tot voedselopname, verlengd. Het nadeel bleek pas in het broedseizoen, toen de vogels al in juni volledig in de rui schoten (roodborst en gekraagde roodstaart).

Dus komend seizoen wel verlichten tijdens het voeren, maar het licht toch maar weer uitdoen!

Rui

De standaard ruiperiode is niet anders, maar er zijn verschillende vogels die óók nog in het voorjaar ruien (kwikstaarten, vliegenvangers). Als we bijvoorbeeld de grote gele kwikstaart mooi op kleur willen krijgen dan zullen we met de voorjaarsrui kleurstof bij moeten geven.  

Broedtijd

Normaal is de broedtijd, maar vooral de nestperiode, korter dan bij zaadeters. Het is somtijds onwaarschijnlijk wanneer je een jonge veldleeuwerik al na acht dagen het nest ziet verlaten! Met het ringen moeten we hier terdege rekening mee houden. Dit is wat eerder dan we misschien zouden verwachten. Zelf kwam ik al eens in de problemen met de boomklever, die naar mijn ervaring beslist op de vierde dag geringd dient te worden! 

Agressiviteit

Ja, het is waar, de insecteneters zijn in het algemeen veel agressiever tegen elkaar dan de zaadeters. Vogels die zelfs een kweekkoppel vormen, kunnen alsnog elkaar op termijn afmaken. Ik houd zelf de koppels gedurende de winterperiode bij elkaar, terwijl er andere kwekers zijn, die zweren bij het separeren. 

Medicijnen

Een enorm groot voordeel is wel dat de vogels ongevoeliger blijken te zijn voor allerlei ziekten zoals Coccidiose. Ik kuur mijn vogels nooit meer preventief (EsB3), ook niet op een andere manier. Natuurlijk valt er wel eens een vogel af, maar niet in die mate zoals bij zaadeters. 

Vanwege het nog redelijk onontgonnen terrein, is de kweek met Europese insectenetende vogels opwindend en verwachtingsvol. Maar ook soms teleurstellend als de resultaten tegenvallen. Maar de vogels die je kweekt zijn altijd de moeite waard om er een kweekverslag over te schrijven. Alleen op deze manier verspreiden we de noodzakelijke ervaring en opgedane kennis!

Ik wil graag een lans breken voor de kweek van deze insectenetende vogels. Ze zijn een lust voor oog en oor en zeker de moeite waard om hier uw energie in te steken!