







Handopfok van de
Blauwborst
De kweek van de blauwborst dit
jaar, is niet bepaald een succesverhaal. Toch wil ik u
mijn ervaringen delen. Uiteindelijk ben ik als
surrogaatouder toch trots op het behaalde resultaat!
Mijn koppel blauwborsten maakten
een mooi nest op de grond, waar 4 eitjes in werden
gelegd. Eerdere ervaringen lieten zien dat het
combineren van andere vogels (koppel veldleeuweriken)
met de blauwborst in deze volière (2x2x2 meter), geen
succes bood. De jongen werden op een leeftijd van
slechts enkele dagen aangepikt op de stuit en het nest
uitgewerkt. Ik gaf daarvan natuurlijk de veldleeuwerik
de schuld. Ik probeerde de zeer jonge blauwborstjes wel
met de hand groot te brengen, maar doordat ik op reis
moest, werd ik gedwongen dit uit te besteden, wat helaas
niet lukte. Een latere ervaring met het koppel
blauwborstjes in dezelfde volière, werd ook geen succes,
omdat alweer de jongen uit het nest werden gegooid op
zeer jonge leeftijd. Hiervan gaf ik dit keer de man
blauwborst de schuld.
Maar dit jaar gaat het goed! In ieder geval, daar ben ik rotsvast van overtuigd! De pop broedt vast, en de man laat ik bij de pop tot enkele dagen vóór het uitkomen van de eieren. Dan zet ik de man apart in een klein kooitje, wel binnen zichtafstand en hoorafstand van de broedende pop. Deze trekt zich niets aan van de verplichte scheiding, en broedt gewoon door.
Volgens plan moeten de jongen op 2 juni uitkomen, en mijn vreugde is groot als ik inderdaad eierdopjes op de bodem zie liggen. Op een moment dat de pop van haar nest afgaat, controleer ik even. Twee jongen en twee eieren, dat gaat goed!
Vol vertrouwen voer ik eivoer met
extra pinkies en wat zeer fijn geknipte wasmotlarven,
pinkies in een ondiep schaaltje met water, en
buffalowormpjes. De wasmotlarven blijken veruit
favoriet, en worden als eerste opgenomen.
Een dag later is er een ei verdwenen (wat ik later vind in de volière, met het jong half uitgekomen), en het andere ei is niet aangepikt. De twee jongen zien er ogenschijnlijk goed uit. Als ik op maandag laat in de middag thuis kom van mijn werk, ligt er alleen nog één ei in het nest, beide jonge blauwborstjes zijn weg! Als ik wat beter zoek, vind ik ze op de grond, totaal onderkoeld, en wondjes op stuit en kop. Dus blijkt toch de pop de uiteindelijke boosdoener! Daar sta ik dan, met toch wel erg kleine jongen, die niet meer bewegen. Eerst maar even in de hand houden, en warm blazen. Ja, ze bewegen nog wat! Ik zie nu ook dat de jongen te klein voor de leeftijd van 4 dagen zijn. Wat nu? Van tissue papier dan maar een kommetje bekleed, en de jonge blauwborstjes onder een lamp van 25 watt gelegd. Ik merk al snel dat de hoogte erg kritisch is. De jongen raken direct onderkoeld als de lamp wat te hoog staat, en hangen met de bek open te hijgen, als de lamp wat te dicht bij staat.
Nu het eten nog. De jongen zijn veel te veel verzwakt om te sperren, dus ik duw voorzichtig wat geweekte pinkies tussen de weke snavelranden. Gelukkig is er nog wel een slikreflex!
Die avond gaan we op bezoek bij een
vriend, wat al eerder afgesproken was. Ik neem de
jonkies mee, en voer ze ieder half uur. Als we weer
thuis komen blijf ik om het half uur voeren tot
middernacht. Dan val ik vermoeid in slaap. Alleen om
02.00 en 04.00 voer ik nog eens. Vanaf 06.00 uur ben ik
wakker (nou ja, van slapen kwam sowieso niet veel), en
hervat ik het half uur schema weer.
Maar ja, ik moet wel gaan werken! Dan de vogeltjes maar meegenomen, en in mijn bureaukamer de lamp geïnstalleerd. Het half uur voerschema blijkt nu te veel, de vogeltjes krijgen een opgeblazen strakke, harde buik. Ik besluit om het uur te gaan voeren, wat veel beter gaat. De volgende nacht verloopt goed, maar in de loop van de dag wordt het gedoe met de gloeilamp me toch te moeilijk. Ik besluit om een broedmachine te halen in de dichtstbijzijnde winkel. Dat is beter! Nu kan ik de temperatuur instellen op 40 graden Celsius, en er is geen direct licht wat hinderlijk en opvallend is. Nog een voordeel komt naar voren tijdens de reis van en naar mijn werk. Zonder gloeilamp koelden de jonge blauwborstjes compleet af., maar nu blijven ze tijdens de reis van een half uur in de broedmachine (ja, die neem ik dus dagelijks mee naar mijn werk…..), en koelen veel minder af. Om de warmte nog langer vast te houden, bedek ik de bodem met wit volièrezand, waardoor de massa warmte opneemt, en langer vasthoudt als de machine wordt uitgezet.
Ja, dat is veel beter. Ik kan nu de
warmte precies regelen, er is geen direct aanstralend
licht, tijdens de reis naar en van mijn werk koelen de
vogeltjes niet zo hard af, en ik heb intussen het
voedingsschema beter in de grip.
Op een leeftijd van 6 dagen, zijn
de eerste premature minuscuul kleine veerbeginsels
zichtbaar op de vleugelstompjes. De vogeltjes beginnen
nu ook te sperren, wat het voeren aanzienlijk
makkelijker maakt. Nog een dag later zijn de
veerbeginselen wat duidelijker te zien, en sperren de
jongen ook harder. De ogen zijn nog dicht, en de jongen
zijn echt nog te klein om te kunnen ringen. Ze hebben
een duidelijke achterstand opgelopen, en door het
uitwerpen uit het nest ook wat beschadigingen. Van één
blauwborstje is het snaveltje aangepikt en beschadigd.
Dat groeit nu zo scheef als een kruisbeksnavel. Ik weet
niet hoe dit verder uit zal pakken, maar voorlopig zijn
we druk met het in leven houden van de kroost. Een dag
later worden de jongen geringd met de voorgeschreven
ringmaat van 2,7mm.
Ik voer een eigengemaakt eivoer,
aangevuld met pinkies, wat allemaal in ruim water weekt.
Het voeren doe ik met een plat gevijld en afgerond
houten spateltje. Af en toe krijgen ze een witte
meelworm, waar ze veel moeite mee hebben om die in te
slikken.
Als de jongen 8 dagen zijn,
beginnen de veertjes zich te ontwikkelen, ik reduceer de
temperatuur tot 37 graden Celsius, en voer de jongen ook
af en toe een in stukjes geknipte wasmotlarve. Het jong
met de “gekruiste” snavel spert erg goed, maar het
andere jong totaal niet (meer). Van hem moet ik het
snaveltje openmaken, en er voer instoppen. Hij slikt
gelukkig wel alles goed door.
Op een leeftijd van 12 dagen laten
de jongen de veertjes naar buiten steken als een
stekelvarken. Natuurlijk, ze hebben het veel te warm! Ik
verlaag de temperatuur naar 30 graden Celsius, wat
zichtbaar beter gaat. Nu voer ik ook hele (natuurlijk
niet de grootste) wasmotlarven, die graag opgenomen
worden. Overdag, in de namiddag, als de temperatuur wat
hoger is, laat ik nu de jongen buiten de broedmachine.
Ook dat gaat goed. Wat jammer van het jong met de
gekruiste snavel! Ik betwijfel of hij ooit zelf voedsel
op kan nemen! Nou ja, afwachten maar.
Een dag later zijn de veertjes
alweer sterk uitgegroeid, en laat ik nu ook `s nachts de
jongen buiten de broedmachine, wat prima gaat. Beide
jonge sperren weer, waarom het ene jong hier tijdelijk
mee gestopt was weet ik niet.
De jongen zijn precies twee weken
oud als ze onrustig worden in de kunstmatige nestkom. De
poten worden nu regelmatig gestrekt, en het verenpak
geschud en met de snavel gestreken. Het verenpak is nu
compleet gesloten, maar de vleugelpennen zitten nog
deels in de veerschachten.. De rode staartjes (het einde
van de staart van de blauwborst is roodbruin) beginnen
te groeien, en zijn nu 5mm lang.
Op de 17e dag rennen de
jonge blauwborsten op hun extreem hoge poten door de
kooi, en hebben het nest al wat eerder verlaten. Ze zijn
erg actief, goed in de veren, en alert. Het eigen recept
eivoer blijkt in ieder geval goed te zijn, in combinatie
met de wasmotlarven en de witte meelwormen! Een dag
later zitten beide jongen op de stok, ook in de nacht
die volgt vinden ze de stok aanmerkelijk beter om te
slapen dan de beschermende bodem. Ik schat dat ze nog
maximaal een week gevoerd moeten worden (dat ben ik dan
al een volle maand zelf aan het doen), en dat ze daarna
zelfstandig zullen zijn.
De jongen zijn 19 dagen oud, en
kunnen al redelijk goed vliegen. De stok wordt goed
gevonden, en er zijn geen mislukte landingspogingen
meer. Ik voer nu nog om de 1 ½ uur, wat prima gaat,
zowel voor de jonge vogels als voor mij (op mijn werk……)
Als ik naar huis rijd, begint één jong, de “kruisbek”
met de radio mee te zingen, weliswaar nog in zichzelf
gekeerd, maar duidelijk onmiskenbaar. Dat is vast een
man! Waarschijnlijk zullen we deze zelf houden, omdat er
toch een lichte visuele handicap aanwezig is. Het is
onnodig om te zeggen dat dit jong meer dan welkom is.
Beide vogels zijn natuurlijk supertam! Ik sluit dit
verslag met de wetenschap dat de kweek misschien mislukt
is, maar dat de handopfok zeker goed gelukt is. En dat
had ik zelf niet gedacht, bij de start met onderkoelde
jongen van slechts 4 dagen oud!
Lou Megens






